loonbeslag op vakantiegeld

De jaarlijkse betaling van het vakantiegeld is niet altijd vatbaar voor beslaglegging door schuldeisers. Dat heeft de Hoge Raad op 31 oktober beslist.

loonbeslag op vakantiegeld

Als u wegens een loonbeslag een deel van het maandinkomen van een werknemer moet overmaken naar de gerechtsdeurwaarder, moet u rekening houden met de beslagvrije voet. Alleen op het maandinkomen boven de beslagvrije voet mag loonbeslag worden gelegd. Ten aanzien van het meestal één keer per jaar uit te betalen vakantiegeld bestond daar onduidelijkheid over.

In de situatie dat het maandinkomen van een werknemer hoger is dan de beslagvrije voet, zal het gedeelte van het inkomen van de werknemer dat boven de beslagvrije voet uitkomt,  maandelijks aan de deurwaarder dienen te worden afgedragen. Echter, ook alle extra uitkeringen (zoals vakantiegeld) dienen in dat geval aan de deurwaarder te worden afgedragen.

Dit is anders wanneer het maandinkomen van de werknemer minder bedraagt dan de beslagvrije voet. De jaarlijkse betaling van vakantiegeld moet dan eerst worden toegerekend aan het maandinkomen. Indien en voor zover het maandinkomen dan nog steeds minder bedraagt dan de beslagvrije voet mag op het vakantiegeld geen beslag worden gelegd.

Volgens de Hoge Raad wordt de aanspraak op vakantiegeld dus maandelijks opgebouwd. Deze opbouw dient bij het gewone maandinkomen te worden opgeteld en daarover dient de beslagvrije voet te worden berekend. Anders gezegd: indien het gewone maandinkomen van een werknemer onder de beslagvrije voet ligt, dan dient de beslaglegger er rekening mee te houden dat het vakantiegeld niet of slechts gedeeltelijk aan de deurwaarder hoeft te worden uitbetaald.

0 reactie(s)

Laat een reactie achter